Een Cursus
In Wonderen

Geautoriseerde Online Editie
Werkboek

LES 135

Als ik me verdedig, word ik aangevallen.

1. 1Wie zou zichzelf verdedigen als hij niet dacht dat hij werd aangevallen, dat de aanval werkelijkheid was en dat zijn eigen verdediging hem zou kunnen redden? 2En hierin ligt de dwaasheid van verdediging: ze verleent illusies volledige werkelijkheid en probeert ze dan als werkelijk te behandelen. 3Ze stapelt illusie op illusie en maakt zodoende correctie dubbel moeilijk. 4En precies dit doe je wanneer jij probeert de toekomst te plannen, het verleden te doen herleven, of het heden naar je hand te zetten.

2. 1Je gaat te werk vanuit het geloof dat jij jezelf moet beschermen tegen wat er gebeurt omdat dat zeker zal bevatten wat jou bedreigt. 2Een gevoel van bedreiging is de erkenning van een ingewortelde zwakheid, een geloof dat er een gevaar bestaat dat de macht heeft jou aan te zetten tot een gepaste verdediging. 3De wereld is op dit waanzinnige geloof gebaseerd. 4En al haar structuren, al haar gedachten en twijfels, haar straffen en zware bewapening, haar wettelijke bepalingen en voorschriften, haar gedragsnormen en haar leiders en haar goden, allemaal dienen ze om haar gevoel van bedreiging in stand te houden. 5Want niemand bewandelt de wereld in wapenrusting zonder dat doodsangst hem om het hart slaat.

3. 1Verdediging is angstaanjagend. 2Ze komt voort uit angst en vergroot die bij elke verdediging. 3Jij denkt dat ze veiligheid biedt. 4Maar ze spreekt van angst die tot werkelijkheid is gemaakt en paniek die is gerechtvaardigd. 5Is het niet vreemd dat je er niet even bij stilstaat, terwijl jij je plannen verder smeedt en je wapenrusting zwaarder, je sloten steviger maakt, om je af te vragen wat jij verdedigt, en hoe, en tegen wat?

4. 1Laten we eerst eens bekijken wát je verdedigt. 2Het moet iets zijn dat erg zwak is en makkelijk aan te vallen. 3Het moet iets zijn dat een gemakkelijke prooi vormt, niet in staat zichzelf te beschermen, iets dat jouw verdediging behoeft. 4Wat anders dan het lichaam heeft zo’n broosheid dat voortdurende zorg en waakzame, diepe bezorgdheid nodig zijn om zijn nietig leven te beschermen? 5Wat anders dan het lichaam wankelt en moet wel falen om als waardige gastheer van de Zoon van God te dienen?

5. 1Toch is het niet het lichaam dat bang, of een voorwerp van angst kan zijn. 2Het heeft geen andere behoeften dan die jij eraan toekent. 3Het heeft helemaal geen ingewikkelde verdedigingssystemen, geen gezondheid bevorderende medicijnen, geen zorg en geen bezorgdheid nodig. 4Verdedig zijn leven, geef het geschenken om het op te sieren, of muren om het te beveiligen, en je zegt alleen dat jouw huis openstaat voor de dief van de tijd, dat het bouwvallig is en onderhevig aan verval, en zo onveilig dat het met jouw eigen leven moet worden beschermd.

6. 1Is dit beeld niet angstwekkend? 2Kun jij in vrede zijn met zo’n beeld van jouw huis? 3Maar wat anders heeft het lichaam het recht gegeven jou op deze manier te dienen dan jouw eigen geloof? 4Het is jouw denkgeest die het lichaam alle functies heeft gegeven die jij erin ziet, en zijn waarde ver heeft uitgetild boven een hoopje stof en water. 5Wie zou iets gaan verdedigen dat hij als zodanig heeft herkend?

7. 1Het lichaam heeft geen verdediging nodig. 2Dit kan niet vaak genoeg worden benadrukt. 3Het zal sterk en gezond zijn, als de denkgeest er geen misbruik van maakt door het rollen toe te kennen die het niet kan vervullen, taken die buiten zijn bereik liggen en verheven doelen die het niet volbrengen kan. 4Zulke pogingen, lachwekkend en toch intens gekoesterd, zijn de bron van de vele dwaze aanvallen die jij erop uitvoert. 5Want het schijnt niet te voldoen aan je verwachtingen, je behoeften, je waarden en je dromen.

8. 1Het ‘zelf’ dat bescherming nodig heeft, is geen werkelijkheid. 2Het lichaam, zonder waarde en niet eens de geringste verdediging waard, hoeft alleen maar waargenomen te worden als iets dat geheel los van jou staat, en het wordt een gezond, dienstbaar instrument waardoorheen de denkgeest kan werken tot de bruikbaarheid ervan voorbij is. 3Wie zou het nog willen behouden wanneer het niet meer bruikbaar is?

9. 1Verdedig het lichaam en je hebt je denkgeest aangevallen. 2Want je hebt er de fouten, de zwakheden, de beperkingen en gebreken in gezien waarvan je denkt dat het lichaam moet worden verlost. 3Je ziet de denkgeest dan niet als gescheiden van lichamelijke condities. 4En je zult het lichaam alle pijn opleggen die voortkomt uit de opvatting dat de denkgeest beperkt en kwetsbaar is, los van andere denkgeesten en gescheiden van zijn Bron.

10. 1Dit zijn de gedachten die genezing nodig hebben, en het lichaam zal met gezondheid reageren wanneer die gecorrigeerd en door waarheid vervangen zijn. 2Dit is de enige werkelijke verdediging van het lichaam. 3Maar zoek je híer naar zijn verdediging? 4Je biedt het bescherming van een soort waar het helemaal geen baat bij heeft, maar dat slechts het leed van jouw denkgeest vergroot. 5Jij geneest niet, maar neemt alleen de hoop op genezing weg, want je ziet niet waarop hoop moet zijn gericht, wil ze zinvol zijn.

11. 1Een genezen denkgeest maakt geen plannen. 2Hij voert de plannen uit die hij ontvangt door te luisteren naar wijsheid die niet van hemzelf is. 3Hij wacht totdat hem instructies worden gegeven over wat er moet worden gedaan en gaat dat dan doen. 4Hij verlaat zich in niets op zichzelf behalve in zijn geschiktheid om de hem toegewezen plannen te volvoeren. 5Hij voelt zich veilig in de zekerheid dat hindernissen geen belemmering kunnen vormen voor zijn voortgang in de volbrenging van enig doel dat het grotere plan dient dat voor ieders welzijn werd gemaakt.

12. 1Een genezen denkgeest is bevrijd van het geloof dat hij plannen moet maken, ook al kan hij niet weten welk resultaat het beste is, met welk middel dat wordt bereikt, noch hoe hij het probleem kan herkennen ter oplossing waarvan het plan is gemaakt. 2Hij moet het lichaam wel bij zijn plannen misbruiken tot hij inziet dat dit het geval is. 3Maar wanneer hij dit als waar heeft aangenomen, dan is hij genezen en laat hij het lichaam los.

13. 1Het lichaam onderwerpen aan de plannen die de ongenezen denkgeest opstelt om zichzelf te redden, maakt het lichaam zeker ziek. 2Het is niet vrij het middel te zijn dat meehelpt aan een plan dat zijn eigen bescherming verre te boven gaat en dat zijn diensten voor korte tijd behoeft. 3In deze hoedanigheid is gezondheid verzekerd. 4Want alles wat de denkgeest hiervoor aanwendt, zal vlekkeloos functioneren, en wel met de kracht die hem gegeven is, en het kan niet falen.

14. 1Het valt misschien niet makkelijk te zien dat zelfgeïnitieerde plannen slechts verdedigingen zijn, met geen ander doel dan te verwezenlijken waartoe die allemaal werden gemaakt. 2Ze zijn het middel waarmee een bange denkgeest zijn eigen bescherming ter hand wil nemen, ten koste van de waarheid. 3Dit valt bij sommige vormen die deze zelfmisleidingen aannemen niet moeilijk in te zien, waar de ontkenning van de werkelijkheid overduidelijk is. 4Toch wordt planning niet vaak als een verdediging onderkend.

15. 1De denkgeest die verwikkeld is in plannen maken voor zichzelf, is bezig met het opbouwen van controle over toekomstige gebeurtenissen. 2Hij denkt niet dat er voor hem gezorgd zal worden, tenzij hij zijn eigen voorzorgen neemt. 3De tijd krijgt een nadruk op de toekomst, die beheerst wordt door lering en ervaring verkregen uit voorbije gebeurtenissen en vroegere overtuigingen. 4Het gaat voorbij aan het heden, want het berust op het idee dat het verleden genoeg lering heeft gebracht om de denkgeest zijn toekomstige koers te laten bepalen.

16. 1De denkgeest die plannen maakt, weigert aldus ruimte te laten aan verandering. 2Wat hij vroeger heeft geleerd, wordt de basis voor zijn toekomstige doelen. 3Zijn ervaring in het verleden bepaalt zijn keuze over wat gebeuren zal. 4En hij ziet niet dat hier en nu alles aanwezig is wat hij nodig heeft om een toekomst te garanderen heel anders dan het verleden, zonder dat enige oude ideeën of ziekelijke overtuigingen voortbestaan. 5Anticipatie speelt in het geheel geen rol, want vertrouwen-nú wijst de weg.

17. 1Verdedigingen zijn de plannen die jij tegen de waarheid opstelt. 2Hun doel is te selecteren wat jij goedkeurt, en te negeren wat jij als onverenigbaar met je overtuigingen over jouw werkelijkheid beschouwt. 3Maar wat overblijft is bepaald zonder betekenis. 4Want het is jouw werkelijkheid die de ‘bedreiging’ vormt welke jouw verdedigingen willen aanvallen, verbergen, uit elkaar halen en kruisigen.

18. 1Wat zou je niet kunnen aanvaarden, als je maar wist dat alles wat plaatsvindt, alle gebeurtenissen in verleden, heden en toekomst, liefdevol gepland zijn door Degene wiens enig doel jouw welzijn is? 2Misschien heb je Zijn plan misverstaan, want Hij zou jou nooit pijn schenken. 3Maar jouw verdedigingen lieten je niet toe Zijn liefdevolle zegening te zien stralen in elke stap die jij ooit hebt gezet. 4Terwijl jij plannen maakte voor de dood, leidde Hij je zachtjes naar eeuwig leven.

19. 1Je vertrouwen-nú in Hem is de verdediging die een ongestoorde toekomst belooft, zonder een spoor verdriet en met vreugde die gestaag groeit wanneer dit leven een heilig moment wordt, geplaatst binnen de tijd, maar met louter oog voor onsterfelijkheid. 2Laat geen andere verdediging dan je vertrouwen-nú de toekomst leiden, en dit leven wordt een betekenisvolle ontmoeting met de waarheid, die alleen door jouw verdedigingen kan worden verborgen.

20. 1Zonder verdedigingen word je een licht dat door de Hemel dankbaar als het zijne wordt erkend. 2En het zal jou verder leiden langs wegen die voor jouw geluk zijn bestemd, in overeenstemming met het aloude plan dat begon toen tijd geboren werd. 3Zij die je volgen, zullen hun licht bij het jouwe voegen, en het zal toenemen tot de wereld oplicht van vreugde. 4En blij zullen onze broeders de zware last van hun verdedigingen afwerpen, die hen niets baatten en alleen angst konden aanjagen.

21. 1We zullen vandaag met ons vertrouwen-nú dat moment tegemoet zien, want dit maakt deel uit van wat voor ons was gepland. 2We zullen er zeker van zijn dat alles wat wij nodig hebben voor wat we vandaag willen bereiken, ons gegeven wordt. 3We maken geen plannen voor hoe dat geschieden zal, maar beseffen dat onze verdedigingsloosheid het enige is dat wordt vereist opdat de waarheid met zekerheid in onze denkgeest dagen zal.

22. 1We rusten vandaag twee keer vijftien minuten uit van ons zinloos plannenmaken en van elke gedachte die de waarheid verhindert in onze denkgeest haar intrede te doen. 2Vandaag zullen we ontvangen in plaats van plannen maken, opdat we mogen geven in plaats van regelen. 3En er wordt ons werkelijk gegeven, wanneer we zeggen:

4Als ik me verdedig, word ik aangevallen. 5Maar in mijn verdedigingsloosheid zal ik sterk zijn, en ontdekken wat mijn verdedigingen verbergen.

23. 1Alleen dat. 2Als er plannen moeten worden gemaakt, zal jou dat worden gezegd. 3Dat zijn wellicht niet de plannen die jij nodig achtte, en zelfs niet de antwoorden op de problemen waarmee jij dacht te zijn geconfronteerd. 4Maar het zijn antwoorden op een ander soort vraag, die onbeantwoord blijft maar toch antwoord nodig heeft, tot het Antwoord tenslotte tot jou komt.

24. 1Al je verdedigingen hadden tot doel niet te ontvangen wat jij vandaag ontvangen zult. 2En in het licht en de vreugde van simpel vertrouwen zul jij je alleen maar afvragen waarom je ooit gedacht hebt dat je tegen bevrijding moest worden beschermd. 3De Hemel vraagt niets. 4Het is de hel die buitensporige offereisen stelt. 5Je geeft tijdens deze perioden vandaag niets op wanneer je, onverdedigd, voor je Schepper treedt zoals jij werkelijk bent.

25. 1Hij heeft Zich jou herinnerd. 2Vandaag zullen we ons Hem herinneren. 3Want dit is het Paasfeest in jouw verlossing. 4En je verrijst uit wat dood en hopeloosheid scheen. 5Nu is het licht van de hoop in jou herboren, want nu kom jij zonder verdediging, om de rol in het plan van God te leren die voor jou is weggelegd. 6Welke futiele plannetjes of magische overtuigingen kunnen nog waarde hebben, wanneer jij je functie ontvangen hebt van de Stem namens God Zelf?

26. 1Probeer deze dag niet te vormen naar wat jij gelooft dat voor jou het meeste voordeel biedt. 2Want je kunt je geen voorstelling maken van al het geluk dat tot je komt als jij geen plannen maakt. 3Leer vandaag. 4En heel de wereld zal deze reuzenstap zetten, en met jou je Paasfeest vieren. 5Wanneer zich gedurende de dag triviale kleinigheden voordoen die jou aanzetten tot een verdedigende houding en je verleiden tot het smeden van plannen, herinner jezelf er dan telkens aan dat dit een speciale dag om te leren is, en erken dit als volgt:

6Dit is mijn Paasfeest. 7En ik wil dat heilig houden. 8Ik zal mezelf niet verdedigen, want de Zoon van God heeft geen verdediging nodig tegen de waarheid van zijn werkelijkheid.